De Indonesische Onderzoeker: Alicia Schrikker

0
1565

Ieder kwartaal interviewen wij een ervaren onderzoeker op het gebied van Indische en/of Indonesische (familie-) geschiedenis. Dit keer maken wij kennis met Alicia Schrikker, onderzoeker aan het Institute for History van de Universiteit Leiden, van wie vorig jaar het publieksboek De vlinders van Boven-Digoel verscheen bij uitgeverij Prometheus.

Voor zover ik kan zien ben je onderzoeker op het gebied van Indonesische sociaal-culturele geschiedenis. Hoe is dat zo gekomen? Op welke vragen wilde je een antwoord vinden?

De sociaal-culturele geschiedenis van Indonesië is inderdaad een belangrijk deel van mijn onderzoek, maar daarnaast houd ik me ook in bredere zin bezig met de geschiedenis van koloniale samenlevingen in Azië. Ik ben gepromoveerd op een studie naar de Britse omgang met de Nederlandse bestuurlijke erfenis op Sri Lanka rond 1800. Sindsdien heb ik me veel beziggehouden met wat ik graag ‘alledaags kolonialisme’ noem, waarbij ik kijk naar de invloed van koloniale machtsverhoudingen op alle inwoners van de koloniën. Dat onderzoek ik zowel voor Sri Lanka als voor Indonesië. Ik merk dat het moeilijk is om je voorstellen hoe het leven in een koloniale samenleving was, als we ons alleen richten op periodes van oorlog, op handel of op koloniale politiek. Wat mij fascineert is hoe mensen omgingen met de koloniale aanwezigheid en onderdrukking van de Nederlanders. Welke plek had dit in hun dagelijks leven, of in verschillende levensfases? Om deze vragen goed te beantwoorden moet je diep de bronnen induiken. Ik heb dat voor De Vlinders van Boven-Digoel ook gedaan, alledaags kolonialisme is een belangrijk thema in de verschillende verhalen van het boek. Een voorbeeld is het hoofdstuk over het postkantoor in Langsa, niets alledaagser dan een postkantoor zou je denken, maar in de koloniale tijd is niets wat het lijkt.

Wat is momenteel de focus van je onderzoek?

Ik leid op dit moment een aantal grote onderzoeksprojecten. In een van die projecten kijk ik, samen met het onderzoeksteam, naar de verschijningsvormen van koloniale mentaliteit in het leven van alledag. We proberen vast te stellen wat de invloed daarvan op korte en langere termijn is geweest en hoe dit mede vormgaf aan de legitimatie van het Nederlands kolonialisme. We kijken bijvoorbeeld naar het zelfbeeld van achttiende- en negentiende-eeuwse bestuurders in het koloniale Indonesië, zoals residenten of gouverneurs. Hoe verantwoordden zij hun werk? Dezelfde vraag stellen we over predikanten en zendelingen, want ook zij vormden een belangrijke pilaar van het koloniale bouwwerk. Zij waren vooral heel invloedrijk in de vorming van het in Nederland heersende positieve beeld van de koloniale wereld en vooral van de rol van Nederlanders zelf in die wereld. Het gaat dan over kwesties als racisme en slavernij, maar ook over opvatting over goed bestuur. Mijn andere project gaat over Sri Lankaanse families die de achttiende eeuw in aanraking kwamen met de VOC, via de belastingregistratie, het juridische bestel of, opnieuw, de kerk. Hier kijken we echt vanuit het Sri Lankaanse perspectief naar de VOC. Deze beide benaderingen vind je ook terug in verschillende hoofdstukken van De Vlinders van Boven-Digoel.

Josephine Thueré, Alicia Schrikker’s betovergrootmoeder

Heb je een Indische familiegeschiedenis die een rol heeft gespeeld bij de keuze van je onderzoek?

Ja, ik heb een Indische familiegeschiedenis, maar die gaat wel wat verder terug. Mijn overgrootmoeder Lucie werd aan het einde van de negentiende eeuw als kind naar Nederland gestuurd, om naar de HBS te gaan. Het was de bedoeling dat ze naar Nederlands-Indië zou terugkeren, om daar gouvernante of onderwijzeres worden te en haar moeder te ondersteunen. Ze besloot echter op haar achttiende dat ze niet terug zou gaan. In plaats daarvan trouwde ze met een Nederlander. Hoofdstuk 10 van mijn boek, ‘De kinderen van Banjarmasin’, is gebaseerd op de brieven die Lucie van haar in Indië achtergebleven moeder, Josephine (foto), kreeg. De pijn van de afstand en het afscheid is voelbaar in elke brief. Overigens wilde ik niet dat het hoofdstuk alleen om mijn familieleden zou draaien. Ik heb er daarom voor gekozen om via die brieven het leven te schetsen van Lucie’s schoolvriendinnen, die allemaal in Banjarmasin bleven wonen. Zo kon ik een uniek inkijkje geven in het dagelijks leven van de Indisch-Europese gemeenschap daar.

Dit is de eerste keer dat ik deze brieven gebruikt heb in mijn werk, maar ze stonden echt aan de basis van mijn interesse in Indonesië en in koloniale geschiedenis. Toen ik een tiener was, was mijn moeder bezig met het transcriberen van al deze brieven en liet ze de foto’s zien die daarbij hoorden. Op mijn achttiende heb ik een paar maanden door Indonesië gereisd, deels samen met mijn moeder. Daar is mijn interesse echt gewekt.

Wat waren de afgelopen tijd je mooiste en/of meest verrassende ontdekkingen?

De mooiste ontdekkingen komen altijd als je het niet verwacht. In het boek spelen toevallige vondsten in het archief een grote rol. De ontdekking van de collectie vlinders uit Boven-Digoel, waarvan ik wist dat ze door de politieke gevangenen verzameld waren, was natuurlijk wel een van de hoogtepunten van de afgelopen jaren! Het maakte de geschiedenis van het politieke strafkamp en de onderdrukking ineens heel tastbaar. Dit was bovendien  ook echt historisch detectivewerk, want mijn enige aanknopingspunt was een enkel zinnetje uit het archief in Jakarta. Het gaf dus heel veel voldoening om de vlinders ook echt te vinden en van dichtbij te zien.

Vlinder, Papilio ulysses, gevangen in Boven-Digoel, 23 juni 1929. (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen)

Een ander voorbeeld van een prachtvondst zijn de slavenregisters uit onder meer Semarang en Manado die ik terugvond. Deze slavenregisters geven heel veel informatie over slaafgemaakte individuen in deze koloniale steden, en over hun eigenaren. Ik heb de registers voor het boek gebruikt – ik volg in hoofdstuk 8 bijvoorbeeld het jongetje Herkulus uit Manado dat een poging doet om te ontsnappen – maar inmiddels ben ik bezig er een groter project van te maken. Dat doe ik samen met Coen van Galen, een collega uit Nijmegen, en Yuanita Pratiwi van de Universitas Gadjah Mada in Yogyakarta. Yuanita heeft intussen nog veel meer slavenregisters en andere archiefbronnen gevonden, waarmee we de negentiende-eeuwse koloniale slavernij en de afschaffing daarvan tot op het niveau van individuen, slaafgemaakte, handelaar en eigenaar, kunnen reconstrueren. Misschien zitten hier ook wel aanknopingspunten bij voor mensen die genealogisch onderzoek doen.

Hoe keek/kijkt men in Indonesië aan tegen een onderzoeker uit Nederland die onderzoek kwam/komt doen in de archieven? Is bijvoorbeeld de koloniale geschiedenis verder weg voor Indonesiërs dan voor Nederlanders?

Ik werk daar natuurlijk vooral met studenten, archivarissen en andere historisch onderzoekers, dus die vinden dat niet zo gek. Hun interesses zijn niet zo anders dan die van mij. Ik denk ook dat in Indonesië de interesse in het koloniale verleden de afgelopen tien à vijftien jaar is gegroeid. Toen ik net dat verhaal  over de vlinders had ontdekt en ik dat vertelde aan mensen in Jakarta raakten zij ook meteen nieuwsgierig. Die vlinders waren immers door de handen gegaan van de gevangen Indonesische politieke leiders en journalisten en spraken ook bij hen tot de verbeelding. Ik heb ook het idee dat het koloniale tegenwoordig ook een grotere rol speelt in de populaire cultuur, zowel in haar gewelddadige vorm, als op een meer luchtige  manier. Nog niet zo lang geleden zag ik bijvoorbeeld de Indonesische film Adriana, waar het koloniale verleden op een speelse wijze  verweven was in een verhaal over twee jonge mensen in hedendaags Jakarta.

Over welke aspecten van de Indonesische geschiedenis wordt volgens jou te weinig gesproken of onderzoek naar gedaan?

Ik zou heel graag meer onderzoek doen naar de verschillende vormen van migratie en mobiliteit in Indonesië tussen 1600 en 1900. Ik denk dan vooral aan de mobiliteit tussen de eilanden. Mensen waren soms door omstandigheden gedwongen zich te verplaatsen, denk aan slavernij, oorlogen of natuurrampen. Maar mensen waren ook onderweg om veel positiever redenen. Handelsgemeenschappen bijvoorbeeld waren heel mobiel. We hebben de neiging om de eilanden als afgesloten eenheden te zien, maar dat klopt volgens mij dus niet.

Een ander onderwerp waar volgens mij nog veel aan gedaan moet worden is de verwevenheid van lokale vormen van slavernij en koloniale slavernij. Dit thema komt ook aan bod in het boek, maar verdient echt meer aandacht. En ik zou ook nog graag dieper ingaan op de manieren waarop mensen gebruik wisten te maken van koloniale instituties, zoals rechtbanken en notariaat, om hun eigen positie te versterken. In het notarieel archief van Ambon heb ik gezien dat bij de Nederlandse notaris heel interessante zaken werden vastgelegd, bijvoorbeeld lokale handelaren. Ze gebruikten het notariaat heel specifiek om eerder tot stand gekomen mondelinge overeenkomsten te bekrachtigen. We doen dit soort onderzoek nu voor Sri Lanka, maar daar zou ik ook graag voor verschillende plekken in Indonesië mee aan de slag gaan.

Je nieuwe boek, De Vlinders van Boven-Digoel, is dit deel van je reguliere onderzoek of is het een “uitstapje”? Krijgt het een vervolg?

Het is voor een deel een vertaling van mijn onderzoek naar een wat breder publiek, ook in letterlijke zin, want veel van mijn wetenschappelijk werk publiceer ik in het Engels. Ik heb ervoor gekozen om in De Vlinders verhalen en archiefvondsten centraal te stellen, en vanuit daar de thema’s als slavernij, macht en racisme breder te beschouwen. Soms gaat het heel direct over mijn eerdere onderzoek, bijvoorbeeld in de hoofdstukken over de omgang met de aardbeving op Ternate in 1840, of de vulkaanuitbarstingen op Sangihe Besar. Ik heb ontzettend veel plezier gehad in het schrijven van dit boek en er ook wel iets meer van mezelf ingelegd dan ik normaal doe. Sommige hoofdstukken, zoals die over slavernij, zijn eigenlijk nog maar het begin. Die wil ik nog verder uitwerken. En dat geldt trouwens ook voor de geschiedenis van de Indische gemeenschap in Banjarmasin in de negentiende eeuw. Je hebt misschien wel gemerkt dat ik vooral ook geïnteresseerd ben in mensen in de marge van  de koloniale samenleving.

Wie weet komt er dus wel een vervolg. Dat zal wel even moeten wachten, want momenteel ben ik bezig met het afronden van een heel ander boek, namelijk een handboek voor studenten en beginnende onderzoekers over het werken met koloniale bronnen (Kolonialisme geschiedschrijving en primaire bronnen). Oh, en ik zou ook graag een over Sri Lanka schrijven met dezelfde verhalende aanpak, want ook daarover heb ik nog veel opmerkelijk materiaal verzameld. Kortom ik ben nog niet uitgeschreven.

Ik heb zelf een tijd geleden geprobeerd om het boek “Rahasia Kraton Terboeka” van Marco Kartodikromo te vinden, maar het boek lijkt van de aardbodem verdwenen. De auteur was een van de gevangenen in Boven-Digoel. Ben je toevallig iets over hem te weten gekomen?

Hmm, nee dat boek ken ik niet. Misschien kan je het bij de Perpustakaan Nasional/Nationale Bibliotheek in Jakarta kunt proberen?  Mas Marco speelt geen grote rol in het hoofdstuk over Boven-Digoel, maar ik noem hem wel en heb veel over hem gelezen. Voor de impressie van het kampleven heb ik gebruik gemaakt van de artikelen van zijn hand die in die tijd verschenen in de Perwarta Deli. Het zijn energieke, spottende maar ook wanhopige stukjes. In 2002 zijn gebundeld door Koesalah Soebagyo Toer in het boekje Pergaulan orang buangan di Boven Digoel. Het geeft een indruk van de aard van het kamp, maar ook van de omgang met de absurde situatie waar journalisten en schrijvers als hij in terecht waren gekomen. Misschien nog leuk om te weten: de vlinders uit Boven-Digoel die ik in Brussel terug vond zullen waarschijnlijk volgend jaar in Bronbeek tentoongesteld worden, dus dan kan iedereen ze zien!

De Vlinders van Boven-Digoel is uitgegeven bij Uitgeverij Prometheus, en is overal verkrijgbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.