De Indische onderzoeker: Jan Folkerts

0
916

Ieder kwartaal spreken we met een ervaren Indische of Indonesische onderzoeker, dit keer met dr. Jan Folkerts, die vorig jaar promoveerde aan de VU in Amsterdam op een proefschrift over Herman Muntinghe, een invloedrijk bestuursambtenaar in de vroeg 19e eeuw. Dit boek is nu ook in een handelseditie gepubliceerd. Hieronder het interview.

Onlangs verscheen uw boek De koloniale illusie, een biografie van Herman Muntinghe, die tegelijk ook gelezen kan worden als een geschiedenis van de nieuwe koloniale staat die in Indië ontstond na de opheffing van de VOC.

Hoe is de fascinatie voor Muntinghe ontstaan?

Er was een oud en al bekend verhaal in mijn eigen familie dat de overgrootvader van mijn grootmoeder in 1823 in Veendam wilde trouwen, maar daarvoor geen toestemming kreeg, omdat hij niet wist wie zijn ouders waren en waar en wanneer hij exact geboren was. Hij was op zeer jonge leeftijd als kindslaaf geroofd in de Indische archipel. Maar hoe hij precies in Nederland terecht was gekomen, was een nooit opgelost raadsel, waar al menigeen zich het hoofd over had gebroken.

Aan dat mysterie kwam een einde toen ik in 2017 in het Nationaal Archief de brief ontdekte die mijn voorvader aan koning Willem I had gestuurd om alsnog toestemming voor zijn huwelijk te verkrijgen. Dat was een fascinerende brief, waarin ook stond wie hem had meegenomen: de jonge luitenant-kolonel Pieter Muntinghe uit Veendam, een aide de camp van gouverneur-generaal Daendels, die in 1810 om gezondheidsredenen vanuit Java naar Europa was teruggestuurd, maar ook belangrijke brieven van Daendels naar Napoleon moest brengen. Van Surabaya reisde Muntinghe met mijn voorvader naar Bordeaux en van daar naar Fontainebleau en Parijs en tenslotte naar Veendam, waar hij werd opgenomen in het huishouden van Muntinghes ouders.

Ik vroeg me toen af hoe gewoon het eigenlijk was dat nog in 1810 een Nederlandse officier een zeven- of achtjarige jongen meenam naar Nederland, die hij daarvoor op Java gekocht had.  Zo kwam ik terecht bij een nog veel bekender familielid van de luitenant kolonel, zijn achterneef Herman Warner Muntinghe (1773-1827), in zijn tijd een beroemd man, maar inmiddels bijna vergeten.

Het begon allemaal met een simpele vraag, maar het mondde uit in een uitputtend onderzoek dat vier jaar in beslag nam en eindigde met de verdediging van het proefschrift op 30 oktober vorig jaar aan de VU. En van het proefschrift is er nu sinds februari een handelseditie.

Kan u in het kort vertellen wat het belang van deze persoon is geweest in de vroege 19e eeuw in Nederlands-Indië?

Muntinghe was de grondlegger van de negentiende-eeuwse koloniale staat in Indonesië. Hij was de verbindende figuur tussen de Nederlandse, de Franse, de Britse en opnieuw de Nederlandse periode op Java tussen 1806 en 1827, want hij was vrijwel steeds de belangrijkste adviseur van de Indische regering. Zowel Daendels als Raffles beschouwden hem als een onmisbare figuur. De gouverneurs-generaal verdwenen, maar Muntinghe bleef al deze tijd, en had met zijn visie een grote invloed. Hij was zelf de eigenaar van grote landgoederen aan de noordkust, maar toen daar een vreedzame betoging bloedig werd neergeslagen veranderde hij van opinie. Hij verkocht zijn eigendom en keerde zich tegen de uitpersing van de Javanen door particuliere grondbezitters uit Europa. Europese landeigenaren noemde hij later zelfs parasieten. In dat opzicht was hij zijn tijd ver vooruit.

Het is iemand waar de geschiedenis op verschillende manieren naar heeft gekeken, van extreem negatief naar extreem positief. Hoe ziet u dat zelf?

Muntinghe was een zeer intelligent maar ongemakkelijk mens met heel verschillende kanten. Niemand bestreek met zijn adviezen een zo breed terrein als Muntinghe. Hij kon met zijn woorden toehoorders in vervoering brengen, maar zijn welsprekendheid werd soms afgewisseld met een stuurs zwijgen. Hoewel men op Java wel wat gewend was, riep zijn persoonlijk leven veel vragen op. Hij leefde samen met meerdere tot slaaf gemaakte vrouwen, werkte vaak bij voorkeur ’s nachts en hij kon minderen soms zeer autoritair behandelen. Tegen de tijd van zijn dood in 1827 had hij in Indië volledig afgedaan, maar twee decennia later werd hij herontdekt en gaven zijn bewonderaars zoals Wolter Robert baron Van Höevell, zijn geschriften uit. Ook Thorbecke en C. van Vollenhoven zagen Muntinghe als de wegbereider van een nieuwe koloniale politiek. Volgens sommigen was hij een voorloper van Multatuli.

Ik zie zelf Muntinghe als een typisch voorbeeld van iemand met tegelijk slechte en goede kanten. Zijn biografie laat zien dat de strijd over het kolonialisme niet slechts een strijd was tussen groepen en individuen in de koloniale samenleving, maar zich ook in de hoofden van de hoofdrolspelers zelf afspeelde.

Is de invloed van Muntinghe nu nog merkbaar in Indonesië, en zo ja hoe?

Ja, op verschillende manieren.  De ‘uitvinding’ van het dorp als een belangrijke bestuurseenheid is een product van de discussie tussen Raffles en Muntinghe over de wijze waarop het Javaanse platteland moest worden geëxploiteerd. Nog steeds is in het huidige Java de desa van groot belang.  Muntinghe heeft ook een grote invloed uitgeoefend op het verloop van de huidige grenzen tussen Indonesië, Maleisië en Singapore. Dat kwam doordat hij de Engelsen onder Raffles uit Zuid-Sumatra verjoeg en Raffles vervolgens Singapore stichtte. Bij de totstandkoming van het verdrag van 1824 speelde Muntinghes advies ook een grote rol. Hij was ook de eerste die de economie van Indische archipel als een geheel zag dat geïntegreerd moest worden.

Er is geen portret van hem overgeleverd, denkt u dat die nog boven water kan komen, waar is nog een kansje? Heeft u ergens iets gevonden wat hem lichamelijk beschrijft?

De kans dat we nog eens een portret vinden lijkt me klein. Muntinghe was bij zijn dood failliet en had geen erfgenamen die zijn nagedachtenis of zijn boedel beheerden. Maar uitgesloten is het niet. Toen hij na een tweejarig verblijf in Nederland eind 1824 terug ging naar Indië, nam hij een flinke groep stad- en streekgenoten uit Groningen mee, onder wie de latere abolitionist Marten Douwes Teenstra.  Teenstra liet toen een portret vervaardigen door dezelfde kunstschilder die eerder ook een oom van Muntinghe portretteerde. Het is best mogelijk dat Herman Warner Muntinghe hetzelfde heeft gedaan, maar we weten het niet.  Goede beschrijvingen van zijn uiterlijk zijn er niet. Zelf vond ik de uitspraak van Willem de Clercq wel mooi, die bij een gezamenlijk diner over Muntinghe zegt, dat hij een man was ‘vol vuur, dat hem uit de ogen blinkt.’

U hereft veel gebruik gemaakt van de archieven in Engeland over Nederlands-Indië in de periode van het Britse bestuur (1811-1816), zijn die eenvoudig online te raadplegen? Heeft u daar tips voor? 

Sinds een paar jaar zijn de archieven van de Britse East India Company online. Een onderdeel daarvan, de Java Factory Records, is een erg belangrijke bron voor het Britse tussenbestuur op Java. Tijdens mijn onderzoek zaten die archieven echter wel achter een betaalmuur. Ik heb toen speciale toestemming gekregen om ze enkele maanden – als ‘proef’ – te kunnen raadplegen. Zie https://www.eastindiacompany.amdigital.co.uk/  Wat de situatie rond de online toegang op de EIC-records nu is weet ik niet. Ik vermoed dat ze in de British Library zelf gratis te gebruiken zijn. Het blijft sowieso verstandig de BL zelf te bezoeken, de particuliere collecties uit die tijd zijn immers meestal niet online.

Africa and Asia reading room van de British Library in Londen.

Smaakt dit onderzoek naar meer, met andere woorden bent u met een nieuw project bezig?

Ja de overgangstijd tussen VOC en het nieuwe koloniale bewind in Nederlands-Indië blijft mij wel bezighouden. In de loop van dit jaar wil ik een nieuw project opzetten, dat deels voorafgaat aan de periode die ik heb behandeld met Muntinghe, en deels die tijd overlapt.

Aan welk onderwerp wordt volgens u op het gebied Indische/Indonesische geschiedenis te weinig aandacht aan besteed?

De gehele periode van ca. 1780 tot 1830 is veel belangrijker dan vaak gedacht wordt, verder vind ik dat de persoonlijke ervaringen en achtergronden van de hoofdrolspelers een prominentere plaats moeten krijgen. De koloniale samenleving en de koloniale verhoudingen werden in stand gehouden door mensen van vlees en bloed en niet slechts door wetten en reglementen. Het kolonialisme ontwikkelde zich in voortdurende spanning met de inheemse samenleving en niet op grond van oekazes uit Den Haag, zoals soms nog wordt gedacht.

Waar is uw boek verkrijgbaar?

Gelukkig vrijwel overal en uiteraard ook online. Hopelijk komt er een Indonesische vertaling.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.