Onderzoek naar Van Imhoff gestart

0
640

Maaike van der Kloet is onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

Al een paar jaar vragen nabestaanden van de scheepsramp met de Van Imhoff op 19 januari 1942 in de Indische Oceaan om aandacht bij de Nederlandse staat voor deze gebeurtenissen. In 2021 werd de knoop doorgehakt: de regering financiert een onderzoek naar de scheepsramp, internering van Duitse burgers in Nederlands-Indië en de nasleep voor nabestaanden. Een twee jaar durend onderzoek zal van 2022 tot 2024 worden uitgevoerd door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, gevestigd in Den Haag.

Toen nazi-Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, werd in Nederlands-Indië het sein ‘Berlijn’ rondgezonden. Dit was het startpunt voor een brede operatie in de gehele archipel, waarbij alle (mannelijke) Europeanen van Duitse en Oostenrijkse komaf werden geïnterneerd. Zij werden gezien als burgers van een vijandelijke natie en dus als potentieel gevaarlijk. De geïnterneerde mensen werden vastgehouden in diverse kampen in de hele archipel, waarbij uiteindelijk iedereen werd verzameld in een centraal interneringskamp in de Alasvallei in Noord-Sumatra.

Met de Japanse aanval op komst werd eind 1941 besloten de Duitse geïnterneerden, over wie gedacht werd dat zij zich tijdens een Japanse aanval op Nederlands-Indië zouden aansluiten bij de Japanners, te verplaatsen naar interneringskampen in Brits-Indië. Drie koopvaardijschepen werden door het Gouvernement ingezet om de geïnterneerde mensen te verplaatsen: de Ophir, de Plancius en als laatste schip de Van Imhoff. Op 19 januari 1942 werd dat schip gebombardeerd door een Japans vliegtuig. Het langzaam zinkende schip werd verlaten door de KPM-bemanning en KNIL-bewaking, waarbij de Duitse geïnterneerden werden achtergelaten met onvoldoende reddingsmiddelen. Van de 477 Duitse opvarenden kwamen er 411 om, één persoon wist een plek te krijgen in de Nederlandse reddingsboten. 65 mensen wisten zich te redden en landden enkele dagen later op het eiland Nias, voor de westkust van Sumatra. Over de houding van de Nederlandse autoriteiten rondom de ramp en in de jaren erna is al deels onderzoek gedaan. Het NIMH zal meer onderzoek hiernaar uitvoeren.

Over de gebeurtenissen aan boord van de Van Imhoff heeft BNNVARA enkele jaren geleden een documentaire gemaakt, die de moeite waard is van het bekijken. De documentaire is hier te vinden.

Over de scheepsramp met de Van Imhoff is al het nodige gezegd en geschreven in de afgelopen 80 jaar. Het NIMH gaat onderzoek doen naar bepaalde missende informatie, blinde vlekken in het verhaal en vooral: naar de slachtoffers. De geïnterneerden die aan boord van de Van Imhoff zijn omgekomen, waren tot mei 1940 deel van de Europese gemeenschap in Nederlands-Indië. Zij hadden beroepen als planter, klerk, handelaar of missionaris. Hun internering veroorzaakte pijn, verdriet en (financiële) schade in de gezinnen die zij gedwongen achterlieten. Van hun kinderen leven er niet veel meer. Veel kleinkinderen hebben hun grootvaders nooit gekend, omdat die met de Van Imhoff-scheepsramp zijn overleden. Dit zijn juist ook de mensen die opriepen tot meer onderzoek. Voor en met hen gaan we onderzoek doen naar de familieverhalen van hun grootvaders. Hiervoor zullen we Nederlandse, Duitse en koloniale archieven induiken en veel contact hebben met nabestaanden over de vragen die bij hen leven. Genealogisch onderzoek als werk: het komt voor!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.