Uw ‘Etnische Schatting’ is misschien niet wat het is …

0
1204

Arthur Fickel

DNA-testbedrijven zijn druk bezig geweest met het uitrollen van algoritme-updates, waarbij de wispelturigheid van de resultaten van de etniciteit in de schijnwerpers wordt gezet en misschien wel een aantal verontrustende overtuigingen worden versterkt.

Toen het DNA test bedrijf Ancestry de laatste update van zijn “ethnicity estimates” (etniciteitsschattingen) uitbracht, werden veel mensen plotseling meer Schots. Sinds 2012 hebben meer dan 18 miljoen mensen hun met spuug gevulde buisjes naar het bedrijf gestuurd, dat het genetisch materiaal analyseert op markers die wijzen op regionale afkomst en rapporten terugstuurt over de geografische gebieden waar de voorouders van elke klant zouden hebben gehuisd, uitgesplitst in percentages. De herziening van deze schattingen leidde tot opgetogenheid, paniek en niet geringe verwarring. “Meer begrip voor waarom ik van whisky houd”, tweette een klant. “Ja!” kraaide een andere. “Er is nauwelijks een dier in leven dat een ingevette Schot kan ontlopen,” vervolgde de tweet, onderbroken door een meme van een hemd loze Groundskeeper Willie, de cartoonbelichaming van Schotse stereotypen uit The Simpsons. Een Amerikaanse vrouw gaf haar Schotse afkomst de schuld van haar grote mond, terwijl een andere man meer van streek leek door het nieuws: “Help, voordat ik naar buiten ga en een kilt koop”, twitterde hij @Ancestry.

Grappen, grappen, grappen. En toch onthullen ze een aantal populaire misverstanden over wat deze tests echt betekenen. Natuurlijk is niemand echt Schotser geworden. De wetenschappers van Ancestry verfijnden simpelweg het algoritme van het bedrijf, breidden de referentiepool van DNA- samples uit en verhoogden het aantal zogenaamde “etniciteiten”, of regio’s, vertegenwoordigd in de database van het bedrijf van 61 naar 70. Een week later volgde FamilyTreeDNA. Ook het management van MyHeritage heeft laten weten dat een update nabij is. Maar de reacties in de diverse DNA Facebookgroepen suggereren een foutief geloof, namelijk een geloof dat de marketing van deze bedrijven soms bevordert, dat ras en etniciteit genetisch bepaald zijn, en dat ze je iets vertellen over je essentiële aard.

Dus voordat je naar buiten gaat om een kilt te kopen, is het belangrijk om te begrijpen wat deze tests nu eigenlijk betekenen, evenals hun beperkingen. Als eerste: de term “etniciteit”. Over het algemeen wordt er gesproken over gedeelde nationaliteit, taal en cultuur, maar zelfs mensen die ras en etniciteit bestuderen, erkennen dat er onenigheid bestaat over de precieze definitie van de term. Genetici zijn het erover eens dat het een sociale constructie is. In totaal komt 94 procent van de genetische variatie voor binnen zogenaamde raciale groepen, wat betekent dat er veel meer biologisch verschil is binnen rassen dan tussen de rassen onderling. Dit geldt zelfs wanneer onderzoekers regionale etnische groepen bestuderen; ze vinden veel meer genetische diversiteit binnen elke groep dan tussen verschillende groepen.

“Ik hou er niet van om de woorden etniciteit of ras te gebruiken in de wetenschap, omdat deze dingen niet echt bepaald worden door de wetenschap,” zegt Janina Jeff, een populatiegenetica die de podcast “In Those Genes“ online beheert, waar ze de verloren Afrikaans-Amerikaanse identiteiten aan het licht brengt via de genetica.

“Vooral als we het over het Afrikaanse genoom hebben, als we het woord etniciteit gebruiken, wissen we honderden en soms duizenden culturen volledig uit.” Door de geschiedenis heen is Afrika de thuisbasis geweest van duizenden stammen met verschillende culturen, religies en talen die niet gevangen zijn in de grotere etnische regio’s van genetische bedrijven en niet op de kaart staan van genetische categorieën. “Als ik denk aan etniciteit,” gaat Jeff verder, “dan denk ik aan een culturele identificatie of uitdrukking, die al dan niet in overeenstemming is met je genetische afkomst.”

Datzelfde probleem is te zien in Azië. MyHeritage veegt Maleisië, de Filipijnen en Indonesië op een hoop en noemt het Oost-Azië. Ancestry doet hetzelfde, maar daar kan je inzoomen op “Western Indonesia & Peninsular Malaysia”.  Family Tree DNA heeft  een verdeling gemaakt in “Malaysia & Western Indonesia”, “South Wallacea Islands” waaronder Ambon en Timor en “Philippiness”.  23&Me noemt het “Chinese & Southeast Asian” verdeeld in Indonesian, Thai, Khmer & Myanmar en Filipino & Austronesian. Daar moeten de meeste van ons het mee doen, want er is dus helaas nog geen “Java Island” of “Sulawesi Island”.

Voor wat het Ancestry, FamilyTreeDNA, en MyHeritage label “etniciteit” betreft; Jeff gebruikt in plaats daarvan een term die de voorkeur van genetici geniet: “meest recente gemeenschappelijke voorouder (MRCA)”, oftewel de voorouder waar je met je DNA-match van afstamt. Aangezien het aantal voorouders met elke generatie verdubbelt, geldt dat hoe verder we teruggaan, hoe meer onze takken elkaar beginnen te kruisen. Uiteindelijk zullen alle mensen een theoretische gemeenschappelijke voorouder bereiken (bekend als “mitochondriale Eva” aan de vrouwelijke, matrilineaire kant). Twee mensen met voorouders uit hetzelfde geografische gebied zullen meestal meer recentelijk een gemeenschappelijke voorouder delen dan twee mensen met erfgoed uit verschillende delen van de wereld.

Hoe bepaalt Ancestry dan die zogenaamde etniciteitsschattingen? Omdat het bedrijf niet het DNA van onze al lang gestorven familieleden bezit, gebruiken ze het op één na beste: levende proxy’s. Deze worden “referentiepanelgroepen” genoemd, en ze bestaan meestal uit Ancestry klanten met een lange familiegeschiedenis in één enkele regio.

Mensen met gedeelde voorouders hebben meestal een aantal genetische markers gemeen, korte DNA-sequenties op een bepaalde plaats op het chromosoom. Bekend als “voorouderlijke informatieve markers,” ze verschijnen als “single nucleotide polymorfismen,” of SNP’s. Dat betekent alleen dat er een genetische variatie is op een bepaalde locatie op je genoom, bijvoorbeeld een cytosinebasis in plaats van thymine op positie 42. Menselijke genomen zijn ongeveer 99,9 procent identiek, dus Ancestry opereert op 700.000 van de plaatsen waar ze variëren.

Mensen hebben de neiging om groepen SNP’s samen te erven, een haplotype genaamd. Wanneer Ancestry je DNA analyseert, verdelen ze het in kleinere brokken en wijzen ze elk brok een “etniciteit” toe door het haplotype te vergelijken met dat van mensen in de groepen van het referentiepanel van het bedrijf. Hun recente update bevat 70 (voorheen 61) regio’s, vertegenwoordigd door een referentiepanel.

Maar het maken van deze match is geen exacte wetenschap. Twee mensen uit verschillende regio’s kunnen nog steeds een genetische markering gemeen hebben, en niet iedereen uit een bepaalde regio heeft precies dezelfde; ze hebben gewoonweg meestal een aanzienlijk aantal gemeen. En elk land in de wereld heeft niet zijn eigen specifieke marker. “Er is geen Indonesisch SNP of Frans SNP,” zegt Barry Starr, de directeur van Ancestry’s wetenschappelijke communicatie. “Dus het komt echt neer op waarschijnlijkheid: Deze specifieke SNP op deze specifieke plek is een beetje gebruikelijker in Frankrijk dan in Oost-Azië. Het is de combinatie van al die kleine waarschijnlijkheden die je de mogelijkheid geeft om een voorspelling te doen.”

De nauwkeurigheid van een DNA test bedrijf is echter maar zo goed als de referentiepanelen. Daarom kunnen verschillende bedrijven u verschillende resultaten geven. Ancestry voegde 4.687 mensen toe aan zijn referentiepool tijdens de meest recente update, wat het totaal op 44.703 brengt. Het aantal mensen binnen elke regionale groep varieert echter sterk, van 23 (de Burusho- bevolking, die in het noordoosten van Pakistan woont) tot 4.791 (inheemse bevolking van Puerto Rico).

Aangezien een bepaalde regio nog steeds een zekere mate van genetische variatie bevat, is het mogelijk dat een referentiegroep een deel van die diversiteit mist. Om een analogie te gebruiken, als je 23 New Yorkers selecteert die allemaal toevallig in Little Guyana wonen en ze tot een referentiegroep voor alle New Yorkers maakt, krijg je misschien geen representatieve steekproef van de stad. Haplotypes die gebruikelijk zijn onder Guyanese mensen zouden waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn.

Jeff zegt dat alles wat meer gedetailleerd is dan de schattingen op continentaal niveau, een grote hoeveelheid giswerk met zich meebrengt. “We maken een enorme aanname dat deze variant de enige variant is, en dat deze populaties een beetje monoliet zijn,” zegt ze. “We hebben echt meer informatie nodig om te graven naar meer gedetailleerde populatieverschillen binnen deze continenten.”

Zo zijn er ook in Indonesië en de landen eromheen, vrij weinig mensen getest om een echt betrouwbare referentiepopulatie te zijn.

Als Ancestry geen referentiepopulatie heeft die overeenkomt met uw specifieke voorouders, zal het algoritme je de dichtstbijzijnde regio toewijzen. Er is bijvoorbeeld geen referentiegroep voor Denemarken, dus mensen met Deense voorouders “hebben de neiging om ergens rond een kwart Duitsland, Noorwegen, Zweden en Engeland te komen,” zegt Starr. Bij gebrek aan specificiteit zoekt het algoritme naar haplotypes die het meest lijken op die van de Denen, maar het resultaat kan misleidend zijn. “Je zou niet willen dat ze denken: ’Oh, ik heb een grootouder uit [elk land]’,” zegt Starr.

Landen als Denemarken – en alle landen tot op zekere hoogte – vormen een uitdaging vanwege wat men noemt bijmengen, wat in feite jargon is voor mengen. De geschiedenis van de mensheid is er een van migratie, van invasie, van vermenging van bevolkingsgroepen. Dat maakt het moeilijk om bepaalde regio’s van elkaar te onderscheiden, vooral de naburige regio’s. Germaanse stammen en Scandinavische Vikingen vestigden zich allebei op de Britse eilanden, wat betekent dat iemand uit het huidige Engeland misschien wel DNA uit al die regio’s heeft.

En natuurlijk zijn naties menselijke uitvindingen, waarbij hun grenzen opduiken en verschuiven in de loop van de tijd. Wat wij Frankrijk noemen, is in de loop van de eeuwen opgeblazen en gekrompen, soms overlappend met het huidige Noord-Italië. “In onze vorige update kregen veel mensen in Noord-Italië Frankrijk,” zegt Starr. “Als je naar de geschiedenis kijkt, is het logisch omdat dat deel van de wereld niet erg duidelijk was. Maar in deze update waren we in staat om Italië op te splitsen in Noord en Zuid. Mensen uit Noord-Italië kregen Italië terug, dus er is nu veel meer Noord-Italië dan Frankrijk.”

Dat is ook de reden dat al die mensen ineens meer Schots zijn geworden. De update scheidde wat voorheen twee regio’s waren in de Ancestry-database – Engeland/Wales/Noordwest-Europa en Ierland/Scotland – van elkaar in vier: Engeland, Ierland, Schotland en Wales. Vóór de verandering, “kregen Schotse mensen meestal veel van zowel Ierland & Schotland, als van Engeland, Wales & Noordwest-Europa in hun resultaten – vaak bijna een 50/50 splitsing”, legde een post op de website van het bedrijf uit. “Aangezien Schotland slechts in één van de namen verscheen, vroegen sommige mensen zich af wat er met hun Schotse voorouders was gebeurd. Het was er de hele tijd, maar ‘verborgen’ onder een andere naam.”

In een whitepaper die in september vorig jaar op de website van het bedrijf werd geplaatst, gaven de wetenschappers van Ancestry een zelfrapportage over hun nauwkeurigheid: Ze gaven zichzelf een 6. Met behulp van een steekproef van leden van het referentiepanel, wiens voorouders ze al kenden, lieten ze hun DNA door hun algoritme lopen om te zien of het elke persoon aan de juiste regio zou toewijzen. Ze vonden hun algoritme gemiddeld 84,2 procent van de tijd correct, maar voor het identificeren van bepaalde groepen, zoals de inheemse Cubaanse bevolking, daalde hun nauwkeurigheidsgraad tot 32 procent.

De toegang tot het DNA van inheemse volkeren is ethisch beladen, wat het lastig maakt om er te testen en om toestemming te krijgen.  Zorgen over de uitbuiting van inheemse volkeren voor winstbejag, de perceptie dat wetenschappers meer geïnteresseerd zijn in het behoud van het DNA van bedreigde stammen dan hun leden, en de bezorgdheid dat de testresultaten gebruikt zouden kunnen worden als instrument voor voortdurende onderdrukking, bijvoorbeeld om mensen landrechten te ontzeggen. Als gevolg daarvan is het DNA van inheemse volkeren vaak ondervertegenwoordigd in genetische databanken, wat leidt tot resultaten die verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. “Toen de Amerikaanse potentiële presidentskandidaat Elizabeth Warren bijvoorbeeld zei dat ze een inheemse afkomst had, verwees ze eigenlijk naar Latijns- en Zuid- Amerikaanse referentiepopulaties en noemde ze dat Native American (inheems Amerikaans)”, zegt Jeff. Ancestry omzeilt dit door het gebruik van DNA van gemengde populaties en het identificeren van de segmenten die overeenkomen met inheemse groepen. Ze gebruiken alleen dat deel in hun referentiepanel, wat betekent dat ze geen mensen met een lange familiegeschiedenis in één regio nodig hebben.

Etnische schattingen bevatten ook statistische ruis, wat met name relevant is voor de resultaten in de lage eencijferige percentages. “Als ze zo klein zijn, kunnen ze komen en gaan, omdat ze ruis kunnen zijn of een verkeerde lezing,” zegt Starr, wat betekent dat je misschien je resultaat dat zegt dat je 2 procent Melanesisch bent, ziet verschijnen, verdwijnen en weer verschijnen telkens als er een nieuwe update is.

Toch behandelen sommige gebruikers deze kleinigheden als zinvol. Na de recente Ancestry update, tweette een gebruiker: “Ik ben een beetje opgewonden dat ik consequent sporen van Koreaanse afkomst (hoe klein ook) heb gekregen. Ik ben altijd al aangetrokken geweest tot Korea.” Die sporen zouden bewijs kunnen zijn van een verre Koreaanse voorouder, zeker. Of ze kunnen een statistisch ongelukje zijn.

Aan de andere kant, alleen omdat je DNA geen bepaalde voorouder-informatieve marker bevat, betekent dit niet dat het géén deel uitmaakt van wat je hebt geërfd. Omdat je ongeveer de helft van je DNA van elke ouder erft, blijft de helft achter. De delen die je erft zijn vrij willekeurig; je krijgt bijvoorbeeld een andere alfabetische soep dan je (niet-identieke tweeling) broers en zussen. Het is dus mogelijk dat nul stukjes van je Indische over-over-overgrootmoeder’s DNA in de mix zit die je toevallig hebt geërfd. Dat betekent niet dat je geen Indische afkomst hebt.

Misschien wel het meest cruciale; geografische afkomst is geen voorspeller van gedrag, psychologie of persoonlijke voorkeuren. Het gebied van het genoom dat Ancestry onderzoekt voor plaatsgebonden markers staat los van de genen die worden beïnvloed door natuurlijke selectie, zoals de genen die coderen voor de smaakreceptoren op je tong. Dus ze kunnen je niet vertellen waarom je van whisky houdt, of waarom je luidruchtig bent, of waarom je plotseling wordt overvallen door de drang om een kilt te gaan shoppen.

Maar bepaalde marketing suggereert anders. In 2018 spoorde een Ancestry-advertentie de kijkers aan om hun “grootheid” te ontdekken. Bij de beelden van een ronddraaiende kunstschaatser, sprak de verteller: “Je kunt erachter komen waar je je precisie vandaan haalt.” Een taartdiagram flitste op het scherm: Scandinavië 48 procent. En “je gratie”: 27 procent Azië Centraal. En “je motivatie”: 21 procent Groot-Brittannië.

“Ze binden deze eigenschappen aan je DNA en aan een bepaalde etniciteit,” zegt Katie Hasson, programmadirecteur genetisch recht bij het Center for Genetics and Society. Er is een reëel gevaar dat dat het verkeerde, verouderde en gevaarlijke idee versterkt dat ras en etniciteit biologisch zijn, en alle problemen die daarmee gepaard gaan.”

Nog een voorbeeld: In een reclamespot uit 2016 was Kyle te zien, een 50-jarige man uit Queens die cultureel Duits is opgevoed, lederhosen aantrekt, schnitzel eet en in een Duits dansensemble optreedt. Hij doet een DNA-test en ontdekt dat hij geen Duits DNA heeft, en de helft van zijn voorouders komt uit Schotland, Ierland en/of Wales. “Dus ik verruilde mijn lederhosen voor een kilt,” zegt hij met een glimlach, terwijl hij terloops vijf decennia cultuur en gemeenschap opzij gooide.

De culturele verkleedpartij van Kyle is gebaseerd op het idee dat er iets aangeboren is aan het Schotse; dat DNA alleen al zorgt voor een direct lidmaatschap van Club Schotland en alle daarmee samenhangende culturele uitwassen. Ancestry staat niet alleen in het verkondigen van de boodschap dat met een DNA test je je verborgen zelf kan ontsluiten. In een 23andMe-spot werden kijkers uitgenodigd om “meer over jezelf te weten te komen” en werd een vrouw uitgenodigd die zich onder de lokale bevolking mengde en vaag stereotiepe activiteiten verrichtte in de landen waar haar DNA-resultaten mee overeenkwamen. In een andere reclamespot beloofde MyHeritage om klanten te helpen “om verbazingwekkende verhalen te vinden die in hen verborgen zijn”.

Niet zo snel, zeggen sociologen. Hoewel veel mensen op zoek gaan naar hun genetische afkomst voor antwoorden over waar ze thuishoren, dreigt deze onderzoekslijn inbreuk te maken op gemeenschappen waarvoor die identiteiten centraal staan en belangrijk zijn, zegt Alondra Nelson, voorzitter van de  Social Science Research Council en auteur van The Social Life of DNA: Race, Reparations, and Reconciliation. “Wanneer een gemeenschap regels heeft over wat het betekent om deel te nemen, staat een genetische conclusie je niet toe om deel te nemen.”

“Cultuur is niet iets wat je erft door je genen, het is iets wat je leeft door je ervaring”, zegt wetenschapsjournaliste Angela Saini, auteur van het boek Superior uit 2019: “Superior: The Return of Race Science”. Als je bijvoorbeeld niet bent opgegroeid in een Indische  familie en niet bent blootgesteld aan de Indische cultuur, maar erachter bent gekomen dat je een voorouder hebt in voormalig Nederlands-Indië, wat zegt dat dan? Dan heb je niet ineens meer kans om rendang lekker te vinden of een andere persoonlijkheid te hebben. “Wat ik interessant vind, is wat mensen zich voorstellen dat deze resultaten hen vertellen, en wat mensen vaak doen is hun toevlucht nemen tot raciale stereotypen.” Met andere woorden, voor iemand die geen echte ervaring heeft met wat het betekent om Indisch te zijn, kan een plotselinge etniciteitsschatting daar ook niet voor zorgen.

In haar boek betoogde Saini dat wetenschappelijk racisme voor een deel is blijven bestaan omdat het in het fundament van de moderne wetenschappelijke studie is gebakken. De “vader van het wetenschappelijk racisme”, de 19de-eeuwse Samuel Morton, probeerde raciale verschillen in intelligentie te bewijzen door de grootte van de schedel te meten. Carl Linnaeus en Charles Darwin hebben beiden mensen op basis van ras ingedeeld; Linnaeus heeft ten onrechte op ras gebaseerde persoonlijkheidskenmerken toegekend. Terwijl mainstream wetenschappers na de Tweede Wereldoorlog eugenetica en ras wetenschap afwezen, bleven die ideeën ondergronds, in door segregationisten gefinancierde, pseudowetenschappelijke tijdschriften zoals Mankind Quarterly, een antropologisch tijdschrift dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1961. Blanke nationalisten beriepen zich vervolgens op dit onderzoek ter ondersteuning van claims van genetische superioriteit. Hoewel legitieme studies van de genetica consequent bevestigen dat ras een sociale constructie is – zij het met een zeer reële invloed – blijft het idee, dat we mensen op deze manier biologisch kunnen categoriseren, zelfs sijpelen in de mainstream wetenschap in de vorm van studies en boeken die racistische hypotheses bevorderen.

Voor degenen die nieuwsgierig zijn naar hun roots, zeggen de genetica-experts die voor dit verhaal zijn geraadpleegd, dat genealogie-instrumenten en stambomenbouwers beter geschikt zijn voor die vragen. Het testen van DNA kan zeker helpen bij het verder invullen van je stamboom, in het bijzonder voor gemeenschappen die van hun geschiedenis zijn beroofd. “Ik accepteer dat voor veel mensen, vooral kinderen van immigranten en kinderen van mensen die slavernij hebben in hun afkomst, die zijn losgerukt van een cultuur of die het contact met hun geografische wortels hebben verloren, het testen van DNA soms kan voelen als de enige manier om die roots terug te winnen,” zegt Saini.

Wat betreft die etniciteit algoritmen: “Ik ben er niet zeker van dat deze tests mensen kunnen vertellen wat ze willen weten,” zegt Hasson. “Als je wilt weten wat je familiegeschiedenis is, is je familie een goede plek om dat te weten te komen.” In die zin is “oral history” belangrijk. Het boek “Kind in Indië” uitgeven door Indische Genealogische Vereniging, is hier een prachtig voorbeeld van.

En zoals de plotselinge toename van Schotse etniciteitsschattingen illustreert, kan een consumentengenetica-bedrijf je erfenis per omgaande veranderen als je er op vertrouwt. Dat beeld zal altijd afhangen van wie er in de pool van proxy’s  zit en hoe het algoritme van elk bedrijf is geprogrammeerd om DNA-markers te sorteren in op locatie gebaseerde groepen.

In een e-mail van een bedrijfswoordvoerder erkende Ancestry deze kritiek. “Door voortdurende innovatie helpen we klanten een completer familieportret te maken dat voortdurend nieuwe ontdekkingen oplevert naarmate de wetenschap en de technologie vooruitgaan”, schreven ze. “Hoewel het DNA niet verandert, verandert de wetenschap die we gebruiken om het te analyseren wel.”

Deze resultaten zijn altijd een bewegend doelwit geweest. Nelson herinnert zich het bijwonen van een conferentie in de begindagen van de DNA-tests voor de consument, waar de oprichter van een -nu ter ziele gegane – onderneming onthulde dat hij 25 procent ‘Afrikaans ten zuiden van de Sahara’ was. “Hij zei: ’Je zou het nooit weten door naar mij te kijken’, en het zou een soort van ’Jeetje, kijk naar de dingen die je niet weet over jezelf die de DNA-testen je kunnen vertellen’ zijn”, zegt ze. Toen ze hem een paar jaar later tegenkwam, had hij een update gekregen: zijn Sub-Sahara afkomst was gedaald tot 8 procent. “Voor hem was het zoiets als: ‘Onze aannames veranderen. De referentiedatabase veranderde’”, herinnert ze zich. Maar voor haar, als sociaal wetenschapper die begrijpt hoe belangrijk identiteit is, gaat ze verder: “is dit de kern van de menselijke samenleving”.

Ze wijst erop dat uiteindelijk de Verenigde Naties de persoonlijke identiteit als een mensenrecht erkennen. Het is een serieuze zaak. En zonder de genetische begeleiding die in een medische omgeving beschikbaar is, worden de consumenten aan hun lot overgelaten om hun resultaten te interpreteren, geleid door gemengde boodschappen die ons eraan herinneren dat we allemaal één menselijke familie zijn, maar ook etnische verschillen, die misschien niet eens bestaan, uitspelen. “Ik denk dat er een groter verantwoordelijkheidsgevoel had kunnen zijn en een grotere waardering voor de ernst van het omverwerpen van de opvatting van mensen over hun familie en hun leven en hun identiteit,” zegt Nelson. “Het is niet niks om iemand de ene keer te vertellen dat ze iets zijn en dan de andere keer te vertellen dat ze iets anders zijn”.

Dit is een bewerking van het artikel “Your Ethnicity Estimate Doesn’t Mean What You Think It Does”, van Caitlin Harring dat eerder verscheen in Wired in februari 2020.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.