Het Indische DNA van Ralph Ravestijn

0
1301

We beginnen een langlopende serie over ons genetische erfgoed. In deze serie laten we IGV leden aan het woord die hun Indische DNA hebben laten testen, en we vragen ze naar hun ervaringen. Hoe zijn ze te werk gegaan? Wat heeft het opgeleverd?

We beginnen deze serie met een Indisch-DNA-onderzoeker van het eerste uur, onze eigen secretaris van de IGV, Ralph Ravestijn.

Wanneer heb je voor het eerst je DNA laten testen en bij welke aanbieder?

Dat was in december 2015, bij Familytreedna. Ik heb toen een autosomale DNA test gedaan, van zowel mijzelf als mijn ouders.

Wat was je eerste indruk van de resultaten van die test?

Erg interessant, maar ik kon geen van de matches plaatsen. Vooral mijn moeder had veel Joodse matches. Iets dat ik tot nu toe nog niet kan thuisbrengen op basis van genealogisch onderzoek.

Mijn vader heeft een Boeginese moeder en zijn vader heeft een uit Nederland afkomstige vader en een Indische moeder. Op dit moment zijn al zijn matches waarschijnlijk afkomstig zijn van zijn vader. Helaas heb ik hem zelf niet kunnen testen omdat hij in oktober 2015 overleed, net voor ik belangstelling kreeg voor DNA bij genealogisch onderzoek.

Wat zijn nu je favoriete hulpmiddelen bij het analyseren van je data?

Ik ben vooral enthousiast over MyHeritage waar in de chromosoom browser getrianguleerde matches worden weergegeven. Ook geeft MyHeritage van matches de schatting van de etnische afkomst en de mogelijkheid om te filteren op matches met dezelfde achternamen in de kwartierstaat.

Om matches vast te leggen is dnapainter.com een aanrader.

Trianguleren

Getrianguleerde matches (boven) op een stukje van chromosoom 3 met een afstammeling van Willem Nicolaas Servatius uit zijn huwelijk met Catharina Elisabeth Couperus (rood), een neef van mijn vader, een achterneef van mijn opa (bruin) en een achternicht van mijn opa (geel). Hieruit kan je afleiden dat dit stukje DNA afkomstig is van hun gezamenlijke voorouders (onder), Pierre Gérard Nicolas Dessauvage (geb. 1831) en Ellen Marchal (geb. 1843).

Hier is een voorbeeld van de chromosoom browser met de gedeelde matches van mijn vader en een achterneef en achternicht van zijn vader. De omlijnde stukken trianguleren. Dit houdt in dat minimaal 3 personen op dat deel exact hetzelfde stuk DNA delen. Hiermee is het zeer waarschijnlijk dat zij dezelfde voorouders hebben.

In dit geval zijn hun gezamenlijke voorouders Pierre Gérard Nicolas Dessauvagie (1831) en Ellen Marchal (1843).

Wat zijn je mooiste ontdekkingen in je Indische DNA?

Mijn mooiste ontdekkingen zijn tot nu toe vooral bevestigingen van biologische verwantschap van verschillende van mijn voorouders. Ik noem er vier:

1. Guillaume Gérard Dessauvagie (Kalimaas, Semarang 1867 – Semarang 1896). Hij overleed enkele maanden voor zijn dochter, mijn overgrootmoeder Wilhelmine Gerardine Dessauvagie in 1896 werd geboren. Door matches met achternichten – en achterneven van mijn opa is er een praktisch zekere bevestiging dat hij ook daadwerkelijk de biologische vader is van mijn overgrootmoeder.

2. Francis Ord Marshall (Londen 1810- Japara 1870). Hij is de grootvader van Guillaume Gérard Dessauvagie en had een Chinese concubine Teh Ing Nio. Op dat moment was hij tevens getrouwd met de Engelse Eliza Jane Glasse. Uit de relatie met Teh Ing Nio zijn zes kinderen geboren. Bij hun doop werd Teh Ing Nio als moeder genoemd en Francis Ord als vader. De verlate aangifte bij de burgerlijke stand van de geboorten van zijn 3 jongste dochters in 1860 werd gedaan door Gustav Adolph Wilhelm Wermuth en zijn echtgenote. Hier werd Teh Ing Nio als moeder genoemd, maar geen vader. Bij het huwelijk van zijn dochter Ellen Marchal was hij Francis Ord wel als getuige aanwezig maar werd hij ook niet als vader genoemd. Daarom was het interessant dat enkele van zijn nakomelingen van Ellen Marchal matchen met een vrouw uit Australië. De gezamenlijke voorouders zijn William Marshall en zijn derde echtgenote Mary Kitson. Zij zijn de overgrootouders van Francis Ord Marshall, dus een verre verwantschap. Dit is een sterke bevestiging van het vaderschap van Francis Ord Marshall van mijn voormoeder Ellen Marchal.

Fragment van de erkenningsakte van Ellen Marchal, burgerlijke stand Semarang, 7 maart 1860. “[vrouwelijke] kunne uit de Chinesche vrouw Teh Ingnio aan welk kind is gegeven de voornaam van Ellen en de geslachtsnaam Marchal”
3. Willem Nicolaas Servatius (Coevorden 1785 – Tjiandoer 1827). Hij is de overgrootvader van vaderskant van mijn overgrootmoeder. De slavinnen Pamela en Minerva worden op 8 september 1813 door hem geëmancipeerd. De dag hierna adopteert hij hun kinderen Wilhelmina en Pieter. Wilhelmina is op 10 maart 1812 in Grissee geboren en wordt afwisselend Wilhelmina Willems en Wilhelmina Servatius genoemd. Maar is Willem Nicolaas Servatius ook werkelijk haar vader? Een sterke indicatie dat Willem Nicolaas daadwerkelijk de biologische vader van Wilhelmina is, is een match van een neef van mijn vader. Hij matcht met een man uit de Verenigde Staten. Na nader onderzoek blijkt dat hij afstamt van een dochter van Willem Nicolaas Servatius en zijn tweede echtgenote Catharina Elisabeth Couperus. Mijn vaders neef en de match zijn elkaars 5th cousin once removed(*). Ook in dit geval dus een vrij verre match, die wel erg informatief is.

 

4. Teh Ing Nio. Teh Ing Nio is de moeder van Ellen Marchal en daarmee de grootmoeder van Guillaume Gérard Dessauvagie. Over haar is verder weinig bekend. Wel wordt zij in de Regeringsalmanak van 1854 genoemd als eigenaar van de Brik “Hap Heen”. Bij de geboorteaangifte van haar kinderen in 1860 is zij aanwezig en niet in staat haar handtekening te zetten. Bij enkele nakomelingen van Francis Ord Marshall en Teh Ing Nio werd DNA-onderzoek verricht. Uit hun mitochondriale DNA, waarbij afstamming in vrouwelijke lijn kan worden gevolgd, blijkt dat de moeder van Teh Ing Nio een haplogroep vertoont (B4c1b2a2)(*), welke onder meer wordt aangetroffen in Maleisië, de Filippijnen en Indonesië. Waarschijnlijk is haar moeder daarom Indonesisch.

Door het volgen van de vrouwelijke afstammingslijn kan informatie worden gevonden van Ralphs voormoeder Teh Ing Nio. De mitochondriële test is gedaan op Johanne Emmy Martens (geb. 1929), de dochter van Johanne Buwalda.

Recent kwam een autosomale match naar voren tussen de broer van mijn vader, een achternicht van mijn opa en een vrouw uit Taiwan. De match is slechts 8,1 cM maar trianguleert wel tussen de 3 genoemde personen. Deze vrouw uit Taiwan vertelde dat haar voorouders 6 generaties geleden uit de provincie Fujian zijn geëmigreerd naar Taiwan. Vanuit Fujian emigreerden veel Chinese mannen naar Nederlands Indië om een beter bestaan op te bouwen. Als waarschijnlijke plaats van herkomst in Fujian gaf zij de plaats Zhangzhou aan. Ik heb dus nu een aanknopingspunt in China, waar veel familieboeken nog bewaard zijn gebleven.

Hoeveel familieleden heb je al kunnen overhalen om ook hun DNA te laten testen?

Inclusief mijzelf vijftien. De meerwaarde is dat vanwege de wijze van erven van autosomaal DNA(*) er grote kans is dat een broer, zus, neef, nicht etcetera wel een stuk DNA heeft dat matcht met iemand uit je stamboom en jijzelf niet. Hoe meer verre familieleden de test doen, hoe meer informatie over het DNA van je voorouders je krijgt.

Het DNA van de vader van Ralph, Johnny Ravestijn, gekleurd met dnapainter. Aan de hand van matches van (verre) familieleden die veelal door Ralph enthousiast zijn gemaakt hun DNA te laten testen wordt duidelijk welk stuk DNA van welke voorouder komt.

Wat zou je Indische Nederlanders aanraden om te doen wat betreft DNA analyse? Ik zou aanraden actief op zoek te gaan naar nakomelingen van voor jouw onderzoek interessante voorouders en ze overtuigen van het belang van DNA bij (Indisch) genealogisch onderzoek. Je kunt dan bijvoorbeeld de kosten van de test delen.

Duidelijk. Dank je wel!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.