Poortenaar-Westermann

0
801
> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Ongetrouwde nieuwkomers uit Nederland die zich blijvend in de Oost vestigden en daar in het huwelijk traden, vonden doorgaans een in Indië geboren vrouw van gemengde afkomst. Zo ook Jacobus Poortenaar, een Amsterdammer, geboren op 17 juli 1873 als zoon van Lucas Poortenaar en Elisabeth van Gelder. In de in Nederlandsch-Indië verschijnende kranten komen we hem voor het eerst tegen in 1896. Blijkens De Locomotief van 21 april van dat jaar werd hij met ingang van 16 april uit Hr. Ms. zeedienst ontslagen. Hij was op dat moment stuurmansleerling aan boord van het wachtschip “Gedeh” en werd in dezelfde kwaliteit geplaatst bij de Koninklijke Paketvaartmaatschappij.

Hr. Ms. wachtschip Gedeh

Hr. Ms. wachtschip “Gedeh”

Eerder dat jaar – in januari – was hij te Batavia geslaagd voor het examen derde stuurman grote stoomvaart volgens programma A (De Locomotief van 16 jan. 1896). Zijn diploma eerste stuurman behaalde hij in september 1901. Intussen was hij te Meester Cornelis op 30 november 1898 getrouwd met Hendrika Johanna Carolina Ludovica Westermann. De bruid werd op 8 november 1871 geboren uit de inlandse vrouw Marie en te Batavia in 1876 met voornamen Carolina Ludovica erkend door Carl Ludwig Westermann. Zij was toen zij trouwde dus 27 jaar oud, en trad voor Indische begrippen dus rijkelijk laat in het huwelijk. Haar vader had als klerk op het residentiekantoor te Poerwakarta (Krawang) een bescheiden betrekking. In 1873 kreeg hij eervol ontslag uit ’s‑lands dienst (Java-Bode van 29 maart 1873).

Poortenaar-Westermann

Sinds 1896 (De Locomotief van 17 okt. 1896) werkte Jacobus als tweede stuurman en vanaf 9 maart 1898 als eerste stuurman bij de Opiumregie. Die dienst beschikte over enkele stoomschepen en andere vaartuigen waarmee de sluikhandel in opium op zee werd bestreden. Daarna kunnen we zijn loopbaan aan de hand van de regeringsalmanakken goed volgen. In 1904 stapte hij over naar het loodswezen en werd waarnemend loods 1e klasse te Makasser. Zijn definitieve benoeming volgde in 1907. Met ingang van 3 juni 1912 mocht hij wegens langdurige dienst een jaar met verlof naar Nederland (Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië van 10 mei 1912). Na terugkeer was hij waarnemend loods te Soerabaja (benoemd 2 juni 1913), idem te Samboe (Riouw), tevens onderhavenmeester aldaar (7 maart 1914), loods 1e klasse, tevens onderhavenmeester aldaar (28 juli 1916), met verlof (28 nov. 1916) en tijdelijk ambtenaar ter beschikking van het baggerwezen (31 juli 1917), waar hij onder meer dienst deed als gezagvoerder. Na in 1924 op non-activiteit (wachtgeld) te zijn gesteld, werd hij in 1925 gepensioneerd (in het adresboek van Nederlandsch-Indië voor 1926 vermeld als gepensioneerd ambtenaar bij de havenw[erken], wonende te Batavia-Weltevreden). In datzelfde jaar scheidden hij en zijn vrouw van tafel en bed.

Het paar had vier kinderen, Christiaan Carl Jacobus (Batavia 26 febr. 1900), Gesina Maria Ludovica (Batavia 29 juni 1901), Johannes Frederik (Meester Cornelis 28 juni 1903) en Elize Eleonora Mary (Makasser 2 mei 1905). De oudste zoon trad in de voetsporen van zijn vader. Hij werd eveneens stuurman en ging bij het loodswezen werken.

Jacobus repatrieerde na de oorlog en overleed te Apeldoorn op 2 jan. 1958. De moeder van zijn kinderen bleef in Nederlandsch-Indië en overleed te Djakarta in of na 1950.

Foto echtpaar: Ed Boutmy de Katzmann | Tekst en foto schip: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Vind je het leuk als in deze rubriek ook een foto uit jouw familiealbum gepubliceerd wordt? Stuur deze dan naar de redactie (redactie@igv.nl). Daarbij graag vermelden wie er op de foto staan en, indien bekend, waar en wanneer de foto genomen is en ter gelegenheid waarvan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.