De Indische Onderzoeker: Lilja Anna Perdijk

1
560

Ieder kwartaal spreken wij met een ervaren Indische onderzoeker, dit maal met de schrijfster Lilja Anna Perdijk, van wie zojuist het boek verscheen Akal: Overleven in Nederlands-Indië. Dit boek vertelt het bijzondere en aangrijpende levensverhaal van KNIL militair Bo Keller.

Je hebt een prachtig en aangrijpend boek geschreven over een KNIL militair, Bo, waar je lang aan hebt gewerkt. Mijn eerste vraag is: Had je voordat je begon aan dit boek affiniteit met Indonesië of Nederlands-Indië?

Deze historische non-fictie roman is mijn debuut. Ik wil daarom allereerst zeggen dat ik blij ben dat je het zo’n mooi boek vindt. Het is spannend om mijn ‘derde kind’ (want zo voelt het) na al die jaren met de buitenwereld te delen. Voor veel schrijvers is een Indische familieachtergrond de aanleiding tot een zoektocht en het schrijven van een boek. Voor mij was dat anders. Toen ik Bo ontmoette, was ik 25 jaar en hij 85 jaar. Hij was vrijwilliger in museum Bronbeek, waar hij bezoekers rondleidde. De energie en kennis waarmee hij dat deed, maakte me nieuwsgierig naar zijn eigen jeugd in Nederlands-Indië en de oorlogen die volgden. Als cultureel antropoloog ben ik gefascineerd door hoe mensen overleven in onmenselijke omstandigheden. Hoe moet het zijn om op te groeien in de ongelijkheid van een koloniale samenleving? En om dan te zien hoe buurtgenoten van de een op de andere dag vijanden worden? Welke invloed heeft de pijn, maar ook de veerkracht die nodig was om drie oorlogen te overleven op de generaties daarna? De meeste verhalen worden na de dood meegedragen in de harten van dierbaren. Sommigen belanden in een boek. Toen Bo het manuscript las, zei hij: ‘Je laat me voortleven.’ De dochter van Bo vertelde me na het lezen van het boek ‘dat ze haar vader hoorde praten’. Het zijn onvergetelijke complimenten. Daarmee is mijn eerste doel bereikt.

Je schrijft dat naast het verwerken van de verhalen van Bo, je ook veel onderzoek hebt gedaan in de archieven om het tijdsbeeld te begrijpen en ook te controleren of de verhalen van Bo konden kloppen. Kan je iets meer vertellen over het type bronnen dat je hebt geraadpleegd?

De herinneringen van Bo vormen de rode draad van dit boek. Het vraagt toewijding en middelen om een uitgebreid historisch onderzoek te doen in Nederland en Indonesië, waar ik gezien mijn gezin en fulltime baan geen mogelijkheid voor zag. Ondanks mijn sociaalwetenschappelijke achtergrond was dat ook niet mijn doel met dit verhaal. Een van mijn inspiratiebronnen is Wat is de Wat van Dave Eggers. Daarin wordt de Zuid-Soedanese burgeroorlog verteld vanuit het persoonlijke perspectief van Valentino Achak Deng (een Soedanese vluchteling), ondersteund door geschiedkundige feiten. Dat is ook de schrijfstijl die mij het meest natuurlijk af gaat. Ik hoop dat je de geschiedenis niet alleen leert kennen, maar ook doorvoeld. Je kijkt over de schouders van Bo terug in de tijd, met naar ik hoop een balans tussen herkenning en vervreemding. Er zijn gebeurtenissen in het leven van Bo waarin ik me kon herkennen. Tegelijkertijd gaan sommige verschrikkingen die hij heeft meegemaakt mijn voorstellingsvermogen te boven.

Van kinds af aan ben ik geboeid door persoonlijke verhalen die zich afspelen in een historische context. We hebben als mens de neiging om verhalen op zichzelf te zien, terwijl het kleine verhaal juist zoveel kan zeggen over onze collectieve geschiedenis. De constante angst waarin veel joden leefden tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd invoelbaar bij het lezen van het dagboek van Anne Frank. Het leed van Syrische asielzoekers stond voor velen pas echt op het netvlies gegrift door de foto van de aangespoelde vierjarige Aylan Kurdi. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het verhaal van Bo symbool zou kunnen staan voor Indo’s in Nederlands-Indië tijdens de oorlog(en) en na die tijd in Nederland. Dat is een van de redenen dat ik zo gemotiveerd was om zijn verhaal op te tekenen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat het maar een symbool is uit vele totaal verschillende ervaringen.

Dat neemt niet weg dat ik dankbaar gebruik heb gemaakt van verschillende boeken, documenten en documentaires. Tijdens het schrijven vond ik bijvoorbeeld een gedigitaliseerde versie van de Sumatra post van 6 september 1928, de geboortedag van Bo. Hiermee kreeg ik een beeld van wat er toen speelde. Zijn leven in het interneringskamp kon ik spiegelen aan informatie die te vinden was bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD).

Vond je tegenstrijdigheden met de vertellingen van Bo, en hoe ging je daar mee om?

Er zijn ongetwijfeld tegenstrijdigheden met de ervaringen van anderen. Wat ik vooral belangrijk vond was een juiste weerspiegeling van de geschiedkundige gebeurtenissen in Nederlands-Indië. Denk aan de Bersiap, die Bo van dichtbij heeft meegemaakt. Ook zijn herinneringen aan deze periode heb ik wel zoveel mogelijk getoetst aan externe bronnen. Verder deed Bo zelf aan brononderzoek om zijn rondleidingen zo feitelijk mogelijk te kunnen geven. Hij hield een notitieboekje bij met aantekeningen. Ook zijn staat van dienst, waarin defensie alle inzet voor de Nederlandse krijgsmacht nauwgezet noteert, was waardevol tijdens het schrijven. Tot slot vond ik al zijn (veelal) Maleise woorden terug met een betekenis die kloppend was met het verhaal.

Je hebt het boek in eigen beheer uitgegeven. Is daar een reden voor? Het lijkt een boek dat ook prima bij een gevestigde uitgeverij zou passen.

Een paar jaar geleden benaderde ik twaalf verschillende uitgeverijen met mijn manuscript. Een kleine uitgeverij was laaiend enthousiast, maar zag noodgedwongen af van publicatie als gevolg van de impact van de coronacrisis. We besloten het toen maar zelf te gaan doen. Het boek kreeg een professioneel karakter dankzij de eindredactie en de vormgeving door mijn man. Vervolgens kreeg ik uit persoonlijke en professionele hoek hele positieve feedback. Ik wilde na al die jaren eraan te hebben gewerkt, niet nog maanden wachten op reacties van uitgeverijen op het afgeronde boek. Ik was het gevoelsmatig aan de familie van Bo en mijn eigen gezin schatplichtig dat het deze zomer zou verschijnen.

Je schrijft ook in het Spaans. Kan je vertellen hoe je meertaligheid is ontstaan?

Taal fascineert me sinds mijn kindertijd. Ik vind het mooi om me te verdiepen in andere talen dan mijn moedertaal. Op mijn zeventiende woonde ik een jaar in IJsland om met eigen ogen te zien waar mijn naam vandaan komt. Daar sprak ik de taal binnen zes maanden met zoveel overtuiging dat ik de vraag kreeg uit welk dorp ik kwam. Tijdens mijn HBO studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening woonde en werkte ik een jaar lang met mijn man in Mexico. We liepen beiden stage in verschillende weeshuizen. We raakten bevriend met onze docent Spaans, die parttime columnist was voor El Milenio, een lokale krant in de stad Cólima. Ik schreef en vertaalde een kinderverhaal dat ik met zijn hulp perfectioneerde en voorlas aan de jongens in het weeshuis. Hij vond het verhaal zo mooi dat ik het op 15 mei 2010 in die krant mocht publiceren.

Komt er een vervolgproject op basis van dit boek, of ben je nu met iets helemaal anders bezig?

Schrijven is mijn passie. Het lijkt me fantastisch om dit te kunnen blijven doen. Ik werk in de gemeente Den Haag o.a. aan het naar werk bemiddelen van Oekraïense vluchtelingen die dat willen. Uit verhalen horen we dat veel Oekraïners opgroeien met de gedachte dat je leeft met de dag; je weet namelijk nooit wat de volgende kan brengen. De oorlog is een wrange bevestiging hiervan. Dit soort verhalen over hoe overtuigingen en veerkracht over generaties heen worden doorgegeven, fascineren me. Over thema’s als deze zou ik graag meer willen schrijven. Wie weet wat er na deze zomer op mijn pad komt.

Het boek is een paar dagen geleden verschenen, zijn er nog activiteiten om je boek gepland?

De boekpresentatie is op donderdag 1 september om 13:00 uur op de openingsdag van de Tong Tong Fair (Pasar Malam) in Den Haag. Een grote eer en een feestje om daar te mogen staan, waar ik officieel het eerste boek overhandig aan de dochter van Bo. Op zaterdag 3 september om 15:00 uur is er ook nog een boekpresentatie in boekhandel Wagner in Sassenheim.

Over welke aspecten van de Indische / Indonesische geschiedenis wordt volgens jou te weinig gesproken of onderzoek naar gedaan?

Bo had het altijd over ‘het verhaal van onderaf’. Ik denk dat er lange tijd meer is geschreven en verteld vanuit het koloniale of Nederlandse perspectief, dan vanuit het perspectief van Indo’s die net als hij opgroeiden op blote voeten en tussen twee vuren. In de culturele antropologie wordt gezegd dat je jezelf pas echt leert kennen door de ogen van anderen. Bo was voor mij een van die anderen.

Het boek Akal, Overleven in Nederlands-Indië van Lilja Anna Perdijk (foto) is te bestellen via je lokale boekhandel of online via o.a. Libris, Bruna of Bookspot voor € 19,95.

‘Akal geeft een uniek inkijkje in het leven van Indo’s in Nederlands-Indië voor, tijdens en na de oorlog.’ – Philip Dröge

ISBN: 9789083260105

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.