Verboden te huwen.

Homepagina Forums Restricted content Algemeen Verboden te huwen.

Viewing 4 posts - 1 through 4 (of 4 total)
  • Author
    Posts
  • #3211
    HverbaarschottH.J. Verbaarschott
    Participant

    Ik las laatst ergens dat onder het Nederlands gouvernement tot 1848 er een huwelijksverbod was voor christenen met een niet-christen.
    Vandaar dat Indonesische vrouwen zich bekeerden, om toch te kunnen huwen voor de Europese Burgerlijke Stand.
    Het schijnt een wet te zijn uit het VOC-tijdperk die werd voortgezet.
    Wat is er waar hier ?

    #3217

    Voor de invoering van de burgelijke stand werden alleen kerkelijke huwelijken gesloten. Partners waren gedoopt en hadden Christelijke namen. Na de invoering van de Burg. Stand in 1828 werden kerkelijke huwelijken gecombineerd met burgelijke registratie. In het Staatsblad van 18 Juni 1828 werd “Het Reglement op het houden van Registers van de Burgelijke Stand voor Christenen en Joden” beschreven (Besluit 35; zie ook later Besluit #3 van 13/4/1837). Voor militairen golden echter andere regles en officieren hadden zelf toestemming nodig van de GG.
    Tot 1854 (zie Regerings Reglement in Staatsblad NI, van 4/1 1855 # 2.) was de inlandse vrouw inderdaad verplicht zich te laten dopen voor een voorgenomen geregisteerd huwelijk.

    #3219
    HverbaarschottH.J. Verbaarschott
    Participant

    Maar niet-christenen (of niet-joden) mochten dus niet huwen voor de wet ? Ook al waren beiden geen christen of religieus joods ?

    #3438
    DennisWeb master
    Participant

    Beste Hendrik Jan,

    Zoals je al aangaf gold er tot 1848 een verbod op het huwelijk van christenen (lees hier: Europese mannen) en niet-christenen. Dit verbod stamde uit de VOC-tijd. De VOC eiste van zijn personeel een christelijke levenswandel en stond alleen de nederduits-gereformeerde (lees: Calvinistische) religie (de “staatsgodsdienst” van de Republiek) toe. Als VOC-dienaren kinderen van een inheemse vrouw adopteerden, moesten zij ook beloven die kinderen christelijk op te voeden.

    Als een Europese man met een inheemse vrouw wilde trouwen, kon dat tot 1848 dus alleen als de bruid vooraf werd gedoopt. Joden waren met Europeanen gelijkgesteld.
    In 1848 verviel het bovengenoemde verbod, maar desondanks ontvingen ook daarna veel inheemse bruiden alvorens met een Europeaan te trouwen de doop.

    In de registers van de Europese burgerlijke stand werden alleen geboorten, huwelijken en overlijdens van Europeanen (uit Europa afkomstige personen en hun in Indië geboren, wettige of wettig erkende, al dan niet gemengdbloedige nazaten) en met Europeanen gelijkgestelden (joden, Armeniërs, belanda hitam, Japaners (vanaf 1899)) ingeschreven, waarbij de status van de echtgenoot/vader bepalend was. Inlandse christenen werden, m.u.v. de perioden 1848-1854 en 1899-1919, tot de inlanders gerekend en hun huwelijken werden buiten die perioden dus niet in de Europese burgerlijke stand geregistreerd.

    De “wet” in Ned.-Indië maakte juridisch onderscheid tussen Europeanen en inlanders. Men was onderworpen aan de bepalingen voor Europeanen of aan die van inlanders en voor Europeanen gold dat hun huwelijken alleen wettig waren als die waren opgenomen in de registers van de bs. Hoe de inlanders hun huwelijken regelden, was iets waarmee het Gouvenement zich niet bemoeide. Van personen die aan de bepalingen voor inlanders waren onderworpen (de inheemse bevolking van Ned.-Indië en van elders uit Azië afkomstige ingezetenen van Ned.-Indië) werd, ongeacht of zij nu wel of geen christen waren, door het Gouvernement dus geen burgerlijke stand bijgehouden.

    Hartelijke groet,
    Roel.

Viewing 4 posts - 1 through 4 (of 4 total)
  • You must be logged in to reply to this topic.